Berichten

De Agile triple constraint als kompas

Een handige techniek in projecten is het gebruik van de triple constraint om een balans te vinden tussen Scope, Tijd, Geld, Kwaliteit en waar relevant Risico’s en Resources. Al deze variabelen fixeren is onrealistisch en werkt niet in de praktijk.

Source: DSDM.org

Source: DSDM.org

In de traditionele project aanpak zetten we vaak de Scope, en daarmee grotendeels de Kwaliteit vast en komt er druk op Tijd en Geld die in veel projecten dan ook uitlopen en overlopen.

In de Agile (DSDM) aanpak worden tijd, geld en kwaliteit vastgezet en daarmee wordt de belangrijkste variable om te sturen en de zeilen te trimmen, de Scope ofwel op te leveren Features van de oplossing.

Om projecten vervolgens succesvol te kunnen laten zijn, onderkennen we vijf succesfactoren. De mate waarin kan worden voldaan aan deze succesfactoren vergroot de kans op succes en andersom betekent het ontbreken van deze factoren een risico voor het project.

De vijf succesfactoren zijn:
1. We gaan zeilend van A naar B: omarm de Agile (DSDM) aanpak. Alle projectbetrokkenen begrijpen en accepteren de aanpak en filosofie. Dit betekent ook, accepteren dat het leveren van de juiste oplossing op het juiste moment, kan betekenen dat minder dan 100% van de oplossing wordt geleverd. Mogelijk dat we onderweg wat niet-cruciale ballast over boord gooien om de bestemming op tijd te behalen.

2. Kapitein en bemanning weten wat ze doen: Zorg voor een effectief oplossing ontwikkeling team. Kapitein en bemanning hebben de benodigde ervaring, blijven aan boord en nemen doorlopend beslissingen om het schip van A naar B te krijgen. Er is aan boord plaats voor 5 tot 9 bemanningsleden.

3. Blijf in contact met de kustwacht en bestemming: Actieve en continue betrokkenheid van de organisatie. Zorg voor doorlopende betrokkenheid van de organisatie, door ook regelmatig iemand van buitenaf aan boord te nemen.

4. Iteratieve ontwikkeling, geïntegreerd testen en incrementele oplevering. Iedere tussenstop (timebox) levert idealiter een volledig en mogelijk implementeerbaar onderdeel van de oplossing op. Een organisatie die open staat voor incrementele oplevering krijgt eerder waar voor zijn geld.

5. Transparantie. Maak de voorgang en onderhanden werk zichtbaar. Laat bij iedere tussenstop zien wat je gemaakt hebt. Hiermee lever je onomstotelijk bewijs van de voortgang. Team Boards en daily stand-ups zijn daarnaast zeer nuttig om heldere en actuele informatie over de voortgang te delen.

Hiermee wordt de Agile Triple Constraint je kompas die de koers (features) aangeeft die je vaart naar je volgende tussenstop (timebox) op weg naar je bestemming (project increment).

Menno Valkenburg
ProjectLoods

Stap je in de trein of ga je zeilen?

AgilePM is gebaseerd op het DSDM Agile Project Framework. Dynamic systems development method (DSDM) is vlak na mijn afstuderen (1992, Bestuurlijke Informatica, Erasmus University Rotterdam) ontstaan als software ontwikkeling methode voortbouwend op Rapid Application Development (RAD). Inmiddels

heeft het DSDM consortium de naam omgedoopt naar Driving Strategy Delivering More en is de aanpak op allerlei typen projecten toepasbaar.

Bron: http://dsdm.org/journey-so-far

Bron: http://dsdm.org/journey-so-far

Filosofie
Vanuit de filosofie dat de “meeste waarde wordt gecreëerd wanneer projecten afgestemd zijn op duidelijke organisatie doelstellingen, waarbij met grote regelmaat resultaten worden opgeleverd door gemotiveerde en besluitvaardige mensen die goed samenwerken”, wie wil dat niet, heeft DSDM een achttal principes uitgewerkt.

Principes
1. Focus op de behoefte: Houd het project doel scherp voor ogen en zorg dat iedere projectbeslissing je een stap verder helpt richting de behoefte. In een ontwikkelingsproject is dit bijvoorbeeld de impact of outcome die je wilt behalen.
2. Lever op tijd: Om dingen voor elkaar te krijgen is het cruciaal dat je op tijd levert. In de Triple Constraint van Tijd, Geld en Scope, zet je Tijd vast. In ontwikkelingsprojecten is budget vaak een gegeven, waardoor deze vervangen kan worden door Kwaliteit. Scope (of Features) wordt daarmee de project variabele waarmee je gaat navigeren.
3. Werk samen: Mensen die in teams samenwerken aan het behalen van een gezamenlijk doel bereiken een betere flow en performance dan individuen die los-vast aan iets werken. Samenwerking zorgt voor meer fun, beter begrip en het nemen van eigenaarschap.
4. Doe geen concessies aan kwaliteit: Zorg dat er bij de start overeenstemming is over de te leveren kwaliteit en acceptatie criteria voor het product dat opgeleverd gaan worden. Vervolgens is dat het niveau van kwaliteit dat je gaat opleveren, niets meer en niets minder.
5. Bouw incrementeel vanuit een goede basis: Leg een goede basis, maar ga niet te gedetailleerd. Zorg dat je voldoende detail hebt om de volgende stap te kunnen zetten. Verder details komen later, bij regelmatige terugkoppeling naar belanghebbenden.
6. Ontwikkel iteratief: Je volgt hier de principes van Plan-Do-Check-Act. Plan wat je gaat ontwikkelen, ontwikkel het, verifieer en evalueer en breidt vervolgens uit. Dit principe kun je op vrijwel alles toepassen. Als je een deel van het projectwerk moet aanbesteden, kun je de aanbestedingsdocumenten op deze manier iteratief ontwikkelen.
7. Communiceer doorlopend en duidelijk: Maak communicatie onderdeel van het dagelijkse project werk. Een daily stand-up waarbij je een duidelijk zichtbaar Team Board, met To Do’s, Doing en Done elementen doorloopt. Een delivery plan met heldere project increments en timeboxes maakt veel duidelijk.
8. Laat zien dat je in control bent: Maak doorlopend duidelijk wat er gedaan moet worden, hoe, door wie en wanneer het klaar moet zijn.

Treinen of zeilen?
In een project wil je van A naar B. In de traditionele aanpak stap je in de trein en probeer je volgens een vaste route (projectplan) je bestemming te bereiken. Als er onderweg een opstopping is, levert dat vertraging op, doordat het vaak lastig is alternatief vervoer of een alternatieve route te vinden. In de Agile aanpak ga je ook van A naar B, maar stap je in een zeilboot en pas je je, aan de omstandigheden, aan. Bij goede wind uit de goede richting ga je hard, komt de wind uit de verkeerde richting of valt de wind weg, dan zul je je koers aan moeten passen. Je kunt sneller en beter inspelen op de veranderende omstandigheden dan wanneer je achter het raampje in de trein zit. Het stelt je in staat veel proactiever in te spelen op de omstandigheden.

Menno Valkenburg
ProjectLoods